IBM PVU (Processor Value Unit) en RVU (Resource Value Unit) zijn twee verschillende licentiemodellen die IBM gebruikt om softwaregebruik te meten en te beprijzen. Het belangrijkste verschil: PVU-licenties zijn gebaseerd op de rekenkracht van de processor waarop de software draait, terwijl RVU-licenties worden berekend op basis van een bredere set resources, zoals het aantal gebruikers, geïnstalleerde software of andere meetbare eenheden. Welk model voordeliger is, hangt sterk af van je infrastructuur en het specifieke IBM-product. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over beide licentiemodellen.
Hoe worden IBM PVU- en RVU-licenties berekend?
PVU-licenties worden berekend op basis van het aantal PVU’s dat IBM toekent aan een processor. Elk processortype krijgt een vaste PVU-waarde toegewezen, afhankelijk van het merk, het model en het aantal cores. RVU-licenties worden berekend op basis van een specifieke resource-eenheid die per product verschilt, zoals het aantal geautoriseerde gebruikers (Authorized User) of een andere maatstaf die IBM per product definieert.
Voor PVU geldt dat je het totale aantal actieve cores vermenigvuldigt met de PVU-waarde per core. IBM publiceert hiervoor een Processor Value Unit Reference Table, die regelmatig wordt bijgewerkt. Voor RVU is de berekening afhankelijk van de specifieke metriek die bij het product hoort. Soms gaat het om het aantal installaties, soms om het aantal gebruikers dat toegang heeft tot de software.
Belangrijk is dat IBM onderscheid maakt tussen Full Capacity en Sub-Capacity licenties bij PVU. Bij Full Capacity tel je alle cores in de fysieke server mee. Bij Sub-Capacity mag je alleen de cores tellen die daadwerkelijk aan de virtuele machine zijn toegewezen, mits je voldoet aan de IBM ILMT-vereisten (IBM License Metric Tool).
Voor welke IBM-producten geldt PVU en voor welke RVU?
PVU-licenties zijn van toepassing op veel van IBM’s middleware- en infrastructuurproducten, waaronder IBM WebSphere, IBM Db2, IBM MQ en IBM Cognos Analytics. RVU-licenties worden doorgaans gehanteerd voor producten waarbij het gebruik beter wordt uitgedrukt in een andere eenheid dan processorkracht, zoals IBM Maximo, IBM SPSS en bepaalde versies van IBM FileNet.
De keuze voor PVU of RVU wordt door IBM bepaald per product en per editie. Het is niet iets dat een klant zelf kiest. Wel kan het voorkomen dat een product in meerdere edities beschikbaar is, waarbij de ene editie PVU hanteert en de andere RVU. Het is dus essentieel om bij de aanschaf van IBM-software goed te controleren welke licentiemetriek van toepassing is op de specifieke productversie die je wilt inzetten.
Wat is het verschil in kosten tussen PVU en RVU?
De kosten van PVU-licenties zijn direct gekoppeld aan de verwerkingscapaciteit van je hardware. Hoe meer en krachtiger de processors, hoe hoger de licentiekosten. RVU-licenties zijn doorgaans gekoppeld aan een specifieke gebruiks- of resource-eenheid, waardoor de kosten meer afhangen van de omvang van het gebruik dan van de hardware.
In de praktijk betekent dit dat PVU-licenties duurder kunnen uitvallen in omgevingen met veel krachtige servers, zelfs als de software maar beperkt wordt gebruikt. RVU-licenties kunnen juist voordeliger zijn wanneer het gebruik goed te begrenzen is, bijvoorbeeld door het aantal gebruikers te beperken. Omgekeerd kunnen RVU-licenties duurder uitpakken als het gebruik sterk groeit, terwijl de hardware relatief bescheiden blijft.
Hoe beïnvloedt virtualisatie de PVU- en RVU-licentiekosten?
Virtualisatie heeft een grote invloed op PVU-licentiekosten en een beperktere invloed op RVU-licentiekosten. Bij PVU bepaalt de virtualisatieomgeving hoeveel cores aan een virtuele machine worden toegewezen, wat direct van invloed is op het aantal benodigde PVU’s. Bij RVU is de impact van virtualisatie afhankelijk van de gehanteerde metriek, maar doorgaans minder direct.
Voor PVU geldt dat Sub-Capacity licenties alleen zijn toegestaan in door IBM goedgekeurde virtualisatieomgevingen, zoals VMware, IBM PowerVM en Microsoft Hyper-V. Gebruik je een niet-goedgekeurde hypervisor, dan ben je verplicht om op Full Capacity-basis te licentiëren, wat de kosten aanzienlijk kan verhogen. De belangrijkste aandachtspunten bij virtualisatie en PVU zijn:
- Alleen goedgekeurde hypervisors komen in aanmerking voor Sub-Capacity licenties
- IBM ILMT moet correct zijn geconfigureerd en actief zijn voor Sub-Capacity gebruik
- VM-migraties tussen hosts kunnen onverwacht extra PVU’s activeren
- Snapshots en slaapstanden tellen in bepaalde scenario’s ook mee
Wanneer is een RVU-licentie voordeliger dan een PVU-licentie?
Een RVU-licentie is doorgaans voordeliger wanneer je software draait op krachtige hardware maar het gebruik beperkt is tot een klein aantal gebruikers of installaties. In dat geval betaal je bij PVU voor processorkracht die je niet volledig benut, terwijl RVU je alleen laat betalen voor wat daadwerkelijk in gebruik is.
Concrete situaties waarin RVU voordeliger uitvalt:
- Je organisatie heeft een beperkt en stabiel aantal gebruikers dat toegang nodig heeft tot de software
- De software draait op high-end servers met veel cores, maar de workload is relatief licht
- Je kunt het gebruik goed afbakenen en monitoren, waardoor je niet meer licenties aanschaft dan nodig
- De RVU-metriek sluit nauw aan bij de manier waarop jouw organisatie de software daadwerkelijk inzet
Het is wel belangrijk om toekomstige groei mee te nemen in de afweging. Als het aantal gebruikers snel stijgt, kunnen RVU-kosten evenredig meegroeien, terwijl PVU-kosten dan relatief stabiel blijven.
Welke compliancerisico’s kleven aan IBM PVU- en RVU-licenties?
De compliancerisico’s bij IBM PVU-licenties zijn aanzienlijk, met name in gevirtualiseerde omgevingen. Het niet correct bijhouden van ILMT-data, het gebruik van niet-goedgekeurde hypervisors of het migreren van VM’s zonder licentieregistratie zijn veelvoorkomende oorzaken van een tekort aan licenties. Bij RVU-licenties ligt het risico vooral in het onderschatten van het werkelijke gebruik, zoals het aantal actieve gebruikers of installaties.
De meest voorkomende compliancefouten bij IBM-licenties zijn:
- ILMT niet of onjuist geconfigureerd, waardoor Sub-Capacity niet van toepassing is
- Niet alle software-installaties in kaart gebracht, inclusief testomgevingen
- Onduidelijkheid over welke productversie actief is en welke metriek daarvoor geldt
- Onvoldoende documentatie bij een IBM-audit
IBM voert regelmatig software-audits uit, en de financiële gevolgen van non-compliance kunnen fors zijn. Een grondige licentie-inventarisatie en continue monitoring zijn daarom geen luxe maar een noodzaak. Meer weten over hoe je IBM-licenties correct beheert? Lees meer over onze aanpak op de pagina over softwarelicenties.
Hoe Thornstein Groep helpt met IBM-licenties
IBM-licenties zijn complex, en de financiële risico’s bij een verkeerde interpretatie zijn groot. Thornstein Groep helpt organisaties om grip te krijgen op hun IBM-licentieportfolio, van PVU- tot RVU-licenties en alles daartussenin. Wat we voor je doen:
- Volledige inventarisatie van je huidige IBM-softwaregebruik en licentieposities
- Analyse van compliancerisico’s en concrete aanbevelingen om tekorten te voorkomen
- Ondersteuning bij IBM-audits, inclusief voorbereiding en verweer
- Optimalisatie van je licentiekosten door slimme inzet van Sub-Capacity en de juiste licentiemetriek
- Onafhankelijk advies zonder commercieel belang bij een specifieke leverancier
Wil je weten waar je nu staat met je IBM-licenties en waar besparingen mogelijk zijn? Neem contact op met Thornstein Groep voor een vrijblijvend gesprek.



