IBM-licentietoewijzing in gevirtualiseerde omgevingen wordt bepaald door het aantal fysieke processorcores waarop software kan draaien, tenzij een erkende virtualisatietechnologie sub-capacity licenties mogelijk maakt. In dat geval hoeft een organisatie alleen licenties af te nemen voor de cores die daadwerkelijk aan de virtuele machines zijn toegewezen. De regels hierachter zijn complex en de gevolgen van een fout zijn groot, dus hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over dit onderwerp.
Wat bepaalt hoeveel IBM licenties een gevirtualiseerde omgeving nodig heeft?
Het aantal benodigde IBM licenties in een gevirtualiseerde omgeving wordt primair bepaald door het aantal processorcores waarop de IBM software kan worden uitgevoerd. Zonder erkende virtualisatietechnologie geldt de volledige fysieke capaciteit van de server als uitgangspunt, ongeacht hoeveel cores een virtuele machine feitelijk gebruikt.
IBM hanteert het zogenoemde Processor Value Unit (PVU) model voor veel van zijn enterprise softwareproducten. Elke processorcore heeft een bepaald aantal PVU’s toegewezen op basis van het processortype en de architectuur. De totale licentieverplichting wordt berekend door het aantal in gebruik zijnde cores te vermenigvuldigen met de bijbehorende PVU-waarde per core.
Twee factoren zijn daarbij cruciaal:
- De virtualisatietechnologie die wordt gebruikt en of IBM deze erkent voor sub-capacity licenties
- De configuratie van de virtuele machines, inclusief het maximale aantal cores dat aan een VM kan worden toegewezen
- Het type IBM software, want niet alle IBM producten ondersteunen sub-capacity licenties
- De aanwezigheid van correcte meetsoftware, zoals IBM ILMT, die het gebruik continu registreert
Organisaties die deze factoren niet goed in kaart hebben, lopen het risico aanzienlijk meer licenties te moeten afnemen dan strikt noodzakelijk is.
Wat is het verschil tussen full-capacity en sub-capacity licenties bij IBM?
Bij full-capacity licenties moet een organisatie licenties afnemen voor alle fysieke processorcores in de server waarop de IBM software is geïnstalleerd, ongeacht hoeveel cores de software daadwerkelijk gebruikt. Bij sub-capacity licenties mag worden gelicentieerd op basis van het aantal virtuele cores dat aan de betreffende virtuele machine is toegewezen.
Het verschil in kosten kan enorm zijn. Stel dat een fysieke server beschikt over 64 cores en de IBM software draait op een virtuele machine met slechts 8 cores. Met full-capacity licenties betaalt een organisatie voor alle 64 cores. Met sub-capacity licenties betaalt een organisatie alleen voor die 8 cores, wat een besparing van 87,5 procent betekent.
Sub-capacity licenties zijn echter niet automatisch van toepassing. IBM stelt strikte voorwaarden:
- De gebruikte hypervisor moet door IBM zijn erkend voor sub-capacity licentietoewijzing
- De organisatie moet IBM ILMT of een gelijkwaardig hulpmiddel installeren en correct configureren
- Licentierapporten moeten minimaal elke 30 dagen worden gegenereerd en bewaard
- Het maximale aantal cores dat aan een VM kan worden toegewezen mag niet groter zijn dan het gelicentieerde aantal
Wordt aan een van deze voorwaarden niet voldaan, dan valt de organisatie automatisch terug op full-capacity licenties voor de gehele fysieke server.
Welke hypervisors erkent IBM voor sub-capacity licentietoewijzing?
IBM erkent een specifieke lijst van hypervisors voor sub-capacity licentietoewijzing. De meest gebruikte erkende hypervisors zijn VMware vSphere, IBM PowerVM, Microsoft Hyper-V en KVM. Organisaties die een andere virtualisatietechnologie gebruiken, vallen standaard terug op full-capacity licenties.
IBM publiceert en actualiseert deze lijst periodiek via zijn officiële licentiedocumentatie. Het is belangrijk om te controleren of de specifieke versie van de hypervisor die in gebruik is ook daadwerkelijk op de erkende lijst staat, want niet elke versie van een erkend platform is automatisch goedgekeurd.
Cloudplatforms verdienen speciale aandacht. Publieke cloudomgevingen zoals AWS, Microsoft Azure en Google Cloud worden door IBM doorgaans niet erkend als sub-capacity omgeving via de standaard ILMT-route. IBM heeft hiervoor aparte licentiemodellen ontwikkeld, zoals licenties op basis van Virtual Processor Cores (VPC) voor de publieke cloud. Organisaties die IBM software in de publieke cloud draaien, dienen dit apart te verifiëren in hun IBM licentieovereenkomst.
Hoe werkt IBM ILMT bij het meten van licentiegebruik?
IBM License Metric Tool (ILMT) is de door IBM vereiste software voor het meten en rapporteren van sub-capacity licentiegebruik. ILMT inventariseert automatisch welke IBM software op welke virtuele machines draait en registreert het maximale aantal gebruikte cores over een bepaalde periode.
ILMT werkt via een agent-gebaseerde architectuur. Op elke server of virtuele machine wordt een lichtgewicht agent geïnstalleerd die gegevens doorstuurt naar een centrale ILMT-server. Die server verwerkt de informatie en genereert licentierapporten die als bewijs dienen bij een IBM audit.
Een belangrijk detail is dat ILMT het piekvermogen registreert, niet het gemiddelde gebruik. Als een virtuele machine tijdelijk meer cores krijgt toegewezen, bijvoorbeeld door een automatische schaalactie, dan telt dat hogere aantal mee voor de licentieberekening. Organisaties moeten hun virtualisatieconfiguratie daarom zo inrichten dat ongewenste pieken worden voorkomen.
ILMT moet bovendien correct worden geconfigureerd voor alle servers in het netwerk waar IBM software aanwezig is. Een ontbrekende agent op slechts één server kan ertoe leiden dat de volledige sub-capacity status voor die omgeving vervalt.
Wat zijn de risico’s bij een IBM licentie-audit in gevirtualiseerde omgevingen?
Bij een IBM licentie-audit in gevirtualiseerde omgevingen is het grootste risico dat een organisatie niet kan aantonen dat zij voldoet aan de sub-capacity voorwaarden. In dat geval berekent IBM de licentieverplichting op basis van full-capacity, wat kan resulteren in aanzienlijke nabetalingsclaims.
De meest voorkomende tekortkomingen die bij audits aan het licht komen:
- ILMT is niet geïnstalleerd op alle servers met IBM software
- Licentierapporten zijn niet elke 30 dagen gegenereerd of zijn niet bewaard gebleven
- De gebruikte hypervisor staat niet op de door IBM erkende lijst
- Virtuele machines hebben tijdelijk meer cores gehad dan gelicentieerd
- IBM software is geïnstalleerd op servers die buiten de ILMT-monitoring vallen
Een IBM audit kan meerdere jaren terugkijken. Organisaties die jarenlang onbewust niet compliant waren, kunnen geconfronteerd worden met claims die de oorspronkelijke softwarekosten verre overtreffen. Voorbereiding en proactieve monitoring zijn daarmee geen luxe maar een noodzaak.
Hoe kunnen organisaties IBM licentiekosten optimaliseren in de cloud?
Organisaties kunnen IBM licentiekosten in de cloud optimaliseren door bewust te kiezen voor het juiste licentiemodel per cloudomgeving, het gebruik van IBM software te consolideren op zo min mogelijk virtuele machines en regelmatig te controleren of de huidige licentieportefeuille nog aansluit op het werkelijke gebruik.
In de publieke cloud gelden andere spelregels dan on-premises. IBM biedt voor publieke cloudomgevingen doorgaans licenties op basis van Virtual Processor Cores (VPC), waarbij alleen de cores van de virtuele machine worden meegeteld. Door IBM software te draaien op instances met een zo klein mogelijk aantal cores die toch voldoen aan de prestatievereisten, kunnen organisaties de licentiekosten direct verlagen.
Daarnaast lonen de volgende optimalisatiestappen:
- Inventariseer welke IBM software daadwerkelijk in gebruik is en verwijder ongebruikte installaties
- Beoordeel of duurdere IBM producten kunnen worden vervangen door goedkopere alternatieven binnen het IBM portfolio
- Onderhandel actief over licentievoorwaarden bij contractverlenging, zeker bij grotere volumes
- Zet in op een hybride strategie waarbij workloads worden geplaatst in de omgeving met het meest gunstige licentiemodel
Grip op IBM licentiekosten vereist actuele kennis van zowel de technische omgeving als de contractuele voorwaarden. Beide domeinen moeten op elkaar zijn afgestemd om structurele besparingen te realiseren.
Hoe Thornstein Groep helpt met IBM licenties in gevirtualiseerde omgevingen
IBM-licentietoewijzing in gevirtualiseerde en cloudgebaseerde omgevingen is een van de meest complexe en risicovolle domeinen binnen IT-inkoop. Thornstein Groep helpt organisaties om hier grip op te krijgen, van de eerste inventarisatie tot en met de onderhandeling bij een compliancy claim.
Wat wij voor u doen:
- Licentie-inventarisatie: We brengen in kaart welke IBM software waar draait en of de huidige ILMT-configuratie volledig en correct is
- Risicoanalyse: We identificeren kwetsbaarheden in uw licentieportefeuille voordat IBM dat doet
- Optimalisatieadvies: We adviseren over de meest kostenefficiënte licentiestructuur voor uw specifieke virtualisatie- en cloudomgeving
- Auditbegeleiding: We ondersteunen u bij IBM audits en compliancy claims met inhoudelijke en commerciële expertise
- Contractonderhandeling: We onderhandelen namens u over software licentievoorwaarden zodat u altijd de scherpste prijs betaalt
Wilt u weten waar uw organisatie nu staat op het gebied van IBM licenties? Neem contact op met Thornstein Groep voor een vrijblijvend gesprek.



